ISBN : 978.907.521.2761
UITGAVE : juni 2007
GENRE : Fantasy
AANTAL PAGINAS : 188
UITVOERING : Paperback
UITGEVERIJ : Kramat
11/04/2008 Tijdingen : Door u te lezen.
09/04/2008 Nieuwsblad : Mel Hartman schrijft nieuw boek.
06/04/2008 Zondag : Nieuw Boek.
«Meer artikels»
Codie begroette me heel wat vriendelijker. Hij stond zelfs op van zijn stoel. 'Hallo,' zei hij op zijn gebruikelijk fluistertoon.
Ik hield wel van Codie. Hij was amper achttien en zo timide dat hij soms compleet leek te verdwijnen. Maar zijn paranormale begaafdheid was legendarisch.
En dan was er nog Aqua, expert in gevechtstechnieken en wapens en gedragshelderziende. Dat betekende zo'n beetje dat hij op de reacties van anderen kon anticiperen. Hij wist al wat je ging doen nog voor je zelf een besluit genomen had.
Ook hij had Waterman ouders. Aqua was een van de weinigen waarvan ik het jammer vond dat hij een ratiomens was. Hij was verdomd knap met zijn lange blonde haren en ijskoude blauwe ogen. Soms bekroop me de lust hem de kleren van het lijf rukken en hem te pakken, midden op die ronde tafel, terwijl iedereen mocht toekijken. Thuis had dat probleemloos gekund. Hier niet, dus. Bovendien toonde hij een duidelijke reserve tegenover mij. Kennelijk koesterde hij een wrok tegen alles wat met mijn wereld te maken had. Waarom wist ik niet. Maar hij kon niet helemaal verbergen dat hij me best aantrekkelijk vond. En dat was al heel wat voor een ratiomens.
Gehlen was de enige die precies wist wie en wat ik was, de anderen hadden alleen maar vermoedens. Hij had het beter gevonden iedereen geleidelijk aan te laten wennen aan mij, kwestie van de schok te verkleinen van de kennismaking met het "monster" uit Emowereld dat als laatste bij hun groep gekomen was. Ik had in ieder geval bij eerdere opdrachten al bewezen wat ik waard was.
Ik ging zitten, tussen Gehlen en Codie. Ik voelde dat Codie mijn gedachten probeerde te lezen, maar het slot zat erop. Ook hij was niet ongevoelig voor mijn uiterlijke charmes. Ik zette me zodanig dat hij een goed zicht had op mijn borsten.
'Goed, we zijn allemaal aanwezig.' Een stoplap van Gehlen waarmee hij altijd zijn briefing begon.
Dille keek me even met een ondoorgrondelijke blik aan, voor ze de aandacht op Gehlen richtte.
'Maanlingen,' zei deze laatste. Het klonk als een zucht. 'Ze zijn weer in actie.'
Aqua trok een afkerig gezicht. Maanlingen waren een ramp voor de betrekkingen tussen de twee dimensies. Zolang er nog ratiomensen waren die hen niet kenden, bleven die klieren hen angst aanjagen met hun zogenaamde "ontvoeringen". Maanlingen waren sterk in het creëren van illusies. Ze vonden hun status van buitenaardse wezens geweldig, ook al waren ze dat niet. In sommige kringen werden ze wel eens de grijzen genoemd, vanwege hun dunne, grijze huid. Ze hadden een iel lichaampje en een groot hoofd met ongewoon grote zwarte, eivormige ogen.
'Waar?' wilde Aqua weten.
Dille gebaarde naar haar monitor. 'Volgens het internet nabij een stadje in Pensilvanië.'
Gehlen vroeg zuur: 'Hoe is het godsmogelijk dat die lui daar nog niet vertrouwd zijn met Emowereld?' Hij had een probleem met mensen die het nieuws niet volgen en die zich bovendien gedroegen alsof de wereld de laatste halve eeuw of zo stilgestaan had. En die dan in alle staten verkeerden als ze met een verschijnsel geconfronteerd werden dat ze niet kenden. Hij vergeleek ze wel eens met holbewoners die op de knieën vielen voor de bliksem.
'Wat gaan we doen?' vroeg Codie op zijn gebruikelijke verlegen toon. Daarbij keek hij niemand aan. Ik vroeg me wel eens af wat hem zo timide gemaakt had.
'We slaan ze verrot, ik heb de pest aan die klootzakken!' zei Aqua hartgrondig. Hij bedoelde natuurlijk de maanlingen. Hij had de pest aan alle wezens die niet menselijk waren. Niemand wist waarom.
'We gaan ze opjagen,' zei Gehlen. 'Zoals gewoonlijk. 'En hopen dat we ze bij de lurven kunnen pakken.'
Niet zo eenvoudig, wist ik uit ervaring. Maanlingen waren sluw. Maar ik zweeg omdat niemand om mijn mening vroeg. En grappenmakers waren het natuurlijk ook, vandaar hun acties. Meestal wachtten ze tot we met onze luchtschepen vlak in hun buurt kwamen, om er dan met onvoorstelbare snelheid vandoor te gaan. Dat had ook in het verleden vaak voor frustraties gezorgd, toen de twee dimensies nog geen contact hadden. Het zat al generaties lang in de cultuur van de maanlingen, ze konden het gewoon niet laten ratiomensen voor de gek te houden en angst aan te jagen. Ik kon er stiekem wel om lachen, maar de andere leden van de groep dachten daar anders over.
Ik kreeg een idee. Ik legde een hand op Codie's schouder. Hij schrok duidelijk door die onverwachte aanraking. 'Jij kunt jezelf en Gehlen teleporteren?'
'Eh... ja?'
Ik keek Gehlen aan. 'En jij bent telekinetisch bijzonder goed?'
Gehlen antwoordde voorzichtig: 'Dat wordt gezegd, ja...' Hij keek bedenkelijk. 'Ik vertrouw Codie wel, maar ik zit er toch niet echt op te wachten om me door hem te laten eh... demolucaliseren.'
Ook de dapperste kerels hadden hun zwakke plekjes, dacht ik.
'Ik heb het al vaker gedaan,' zei Codie. 'Met mijn kat.' Hij keek onschuldig.
Dille vroeg: 'Is dat anders dan met een olifant?'
Ik keek verrast in haar richting. Het kind had dus zin voor humor?
Gehlen gromde alleen maar iets onverstaanbaars. Ik wachtte niet tot hij goed kon nadenken over het risico van geteleporteerd te worden. 'Op die manier zou je de maanlingen kunnen pakken voor ze de kans krijgen te verdwijnen,' zei ik tegen hem.
Aqua opperde: 'Die vliegende schotels van hen, dat zijn toch alleen maar illusies? Hoe moet je die tegenhouden?'
'De lichamen van de maanlingen zijn echt genoeg,' antwoordde ik.
Gehlen zei: 'Niet zo simpel, ze zijn nauwelijks te peilen in die neptoestellen. Je ziet ze niet zitten.'
'En daar komt Codie dan in beeld,' zei ik.
De jongeman knikte vaag. 'Het proberen waard.'
'Ze zullen niet weten wat hen overkomt.'
'Het zijn slimme gozers,' merkte Dille op. Ze keek me met aan met die wat vreemde blik van haar.
'Daar heb je het mis,' antwoordde ik. 'Ze laten je denken dat ze zo slim zijn, dáár zijn ze bijzonder goed in. Begoochelingen is hun enige echte talent. Het is de kunst daar doorheen te kijken.'